Terugblik op mijn rol in het Wildersproces
De uitnodiging
In een van de eerste maanden van 2010 heeft de Amsterdamse rechtbank die het Wildersproces in goede banen moest leiden, mij op verzoek van de verdediging opgeroepen om als getuige-deskundige bij de Rechter-commissaris achter gesloten deuren een verklaring af te leggen over de vraag of wat de politicus Geert Wilders over de islam had beweerd, gebaseerd was op feiten en op islamitische gezaghebbende godsdienstige bronteksten, zoals de koran en de in de moskee erkende sharia-handboeken. Klopten de korancitaten die Geert Wilders had aangevoerd eigenlijk wel?
Enkele dagen nadat het uit de media bekend was geworden dat de rechtbank mij als getuige had toegelaten, en een groot aantal anderen als getuige had afgewezen, besloot het Amsterdamse gezelschap Vertigo mij uit te nodigen voor een ‘etentje’ waarop ik gevraagd werd een praatje te komen houden en naar vermogen vragen te beantwoorden. Deze uitnodiging bereikte mij pas geruime tijd later, en wel via een oude vriend, de activist drs. Bertus Hendriks die ik al sinds 1962 ken. Voordat ik door Bertus Hendriks voor deze bijeenkomst werd uitgenodigd, had ik nog nooit van Vertigo gehoord.
In oktober 2010 heeft Bertus Hendriks in het gratis dagblad DePers over deze uitnodiging gezegd: ‘Dat [Hans Jansen] getuige-deskundige was in het [Wilders-]proces, leek ons wel interessant', en zo heb ik het destijds ook begrepen, op het moment dat Bertus Hendriks mij voor dit etentje uitnodigde. Ik kreeg, toen de uitnodiging gedaan werd, wat mondeling gebeurde, bovendien de indruk dat Vertigo, zoals allerlei gezelschappen dat plegen te doen, regelmatig sprekers uitnodigt maar uit de verhoren van Bertus Hendriks en raadsheer Tom Schalken in april 2011 bleek dat dit niet het geval was.
Er had bij Vertigo, dat al jaren bestond, nog maar één keer eerder een spreker van buiten het woord gevoerd. Dat was Paul Scheffer geweest. Deze had enkele weken eerder met de leden van het gezelschap Vertigo gediscussieerd over de vraag of Geert Wilders inderdaad terecht diende te staan vanwege zijn uitlatingen betreffende de islam. Er zijn door de aanwezigen bij deze bijeenkomst bij verschillende gelegenheden in het openbaar mededelingen over deze bijeenkomst gedaan. Raadsheer Schalken, die zoals bekend bij het toen nog lopende Wilders-proces betrokken was, heeft exemplaren van ‘zijn’ beschikking in deze zaak naar deze bijeenkomst van Vertigo meegenomen, die daar uitgedeeld, en besproken. Deze beschikking, waarvan Schalken de (mede-)auteur was, behelsde een uitgebreid en breed beargumenteerd bevel van het Gerechtshof waar Schalken raadsheer was aan de Arrondissementsrechtbank om tot de vervolging van Wilders over te gaan.
Het Openbaar Ministerie heeft op 20 maart 2012, ter afhandeling van een aangifte die Geert Wilders en zijn advocaat Mr A. Moszkowicz in april 2011 hebben gedaan, bekend gemaakt besloten te hebben Bertus Hendriks niet te vervolgen voor meineed: Hendriks zou volgens de aangifte van Wilders en Moszkowicz meineed hebben gepleegd door in de rechtszaal in april 2011, tijdens een verhoor onder ede, te ontkennen dat hij mij gevraagd heeft om bij Vertigo te komen spreken vanwege mijn rol in het Wildersproces. Volgens Hendriks zou het niet om Wilders maar uitsluitend om de islam zijn gegaan. Volgens de aangifte daarentegen was het ‘etentje’ opgezet om mij uit te horen. Uiteraard zijn de formuleringen in de oorspronkelijke stukken ingewikkelder en mogelijk exacter.
Dat veelbesproken ‘etentje’ heeft op 3 mei 2010 plaatsgevonden, ten huize van Bertus Hendriks, een paar dagen voorafgaand aan het verhoor door de rechter-commissaris dat op 6 mei gehouden is. Er waren bij het etentje als ik het mij goed herinner acht mensen aanwezig, waaronder Tom Schalken, Bertus Hendriks en ikzelf. Mr Henk Wooldrik, die zich aan mij voorstelde als voormalig Officier van Justitie in Haarlem maar die naar mij later bleek net als Tom Schalken raadsheer was bij het Amsterdamse Hof, trad op als voorzitter van de discussie.
Het verhoor
Op 6 mei 2010 ben ik door de rechter-commissaris in de strafzaak tegen Geert Wilders gehoord. Dit verhoor heeft de gehele dag in beslag genomen. Er is van dit verhoor zoals gebruikelijk een proces-verbaal opgemaakt. Daarin is een incident dat heeft plaats gevonden aan het slot van het verhoor voor zo ver ik weet weggelaten. Op het moment waarop het gehele proces-verbaal ter ondertekening klaar lag, vroeg de Officier van Justitie om nog een kleine toevoeging: of getuige (ik dus) niet nog even kon verklaren dat in de Bijbel precies even agressieve passages voorkomen als in de Koran.
Hierop overhandigde ik de Officier een Bijbel, en vroeg hem de passages die hij op het oog had, aan te wijzen -- iets wat ik die dag met de Koran had moeten doen ten aanzien van koranpassages die Geert Wilders had geciteerd in de uitingen die hem als strafbaar ten laste werden gelegd. Daarop antwoordde de Officier dat op dit moment dat misschien toch nog niet aan de orde was.
Terzijde dient te worden opgemerkt dat de Bijbel wel beschrijvingen van specifieke gevallen van het gebruik van geweld bevat, maar geen algemene polyinterpretabele opdrachten daartoe, die mogelijk zouden kunnen gelden als opdrachten die gericht zijn tot hedendaagse gelovigen. Ook bevat de Bijbel geen passages of teksten die door de kerken als zodanig worden opgevat.
Er wordt vaak verbazing uitgesproken over waarom ik tijdens dit langdurige verhoor niets gezegd heb over het etentje. Daar is wel een verklaring voor. Toen het verhoor van 6 mei enige tijd geduurd had, vroeg de Rechter-commissaris mij waarom ik mij zichtbaar zo weinig op mijn gemak voelde. Was er iets? Ik antwoordde aarzelend dat het wel rare dagen waren. Hierop greep Mr Moszkowicz in, en betoogde dat wat de Volkskrant die ochtend over mij gepubliceerd had, mij terecht van mijn stuk had gebracht.
De Volkskrant had de ochtend van 6 mei beweringen over mij afgedrukt die ontleend waren aan een brief d.d. 20 april 2010 die aan de Amsterdamse rechtbank gericht was. Deze brief was van de hand van Mr M. Pestman, een van de advocaten van de mogelijk door Wilders benadeelde partijen. Blijkbaar was er ook een kopie van deze brief bij de Volkskrant terecht gekomen. De beschuldigingen die Mr Pestman in zijn brief van 20 april had geuit waren vervolgens door de Volkskrant overgenomen. Voor de reactie d.d. 10 mei 2010 van de Rechter-commissaris op de brief van advocaat Pestman, klik desgewenst hier.
Hoe het ook zij, op de vraag van de Rechter-commissaris aan mij, en de opmerking van Mr Moszkowicz, volgde een langdurige en uitgebreide gedetailleerde discussie vooral over hetgeen door de Volkskrant op gezag van Mr Pestman was aangevoerd, en na afloop daarvan leek het mij niet juist om daarbovenop nu ook nog eens over het etentje te beginnen. De bijeenkomst bij de Rechter-commissaris ging immers niet over mij, maar over de uitspraken van Geert Wilders.
Het etentje van 3 mei was wel vervelend geweest, ongepast en onprofessioneel, maar ik kon mij niet voorstellen dat het invloed kon hebben op de zakelijke beoordeling van de Geert Wilders ten laste gelegde feiten. Het hele gedoe zei meer over rechters dan over politici. Bovendien was ik begonnen gewend te raken aan het wonderlijke klimaat waarin de bijeenkomst bij de Rechter-commissaris zich afspeelde. De ellenlange, soms onzinnige discussie over de Volkskrant had uiteraard aan die gewenning bijgedragen.
Het etentje
Bij het etentje van 3 mei 2010, ten huize van Bertus Hendriks, heeft zoals bekend een lid van de rechterlijke macht aangezeten die bij de zaak-Wilders betrokken was geweest, Prof. Mr Tom Schalken. Als jong ambtenaar bij het Ministerie van Justitie had hij de wetswijziging vorm gegeven waarbij werd ingevoerd dat het mogelijk zou worden beroep aan te tekenen tegen een besluit van de Officier van Justitie om geen strafvervolging in te stellen: de zogeheten artikel-12 procedure, die ook ten grondslag had gelegen aan de vervolging van Geert Wilders. Als lid van het Gerechtshof in Amsterdam had Schalken deel uitgemaakt van het drietal rechters (eigenlijk ‘raadsheren’) dat aan het parket van de rechtbank in januari 2009 de opdracht had gegeven om Wilders voor het hekje te brengen.
Zoals eveneens bekend had het parket van de Amsterdamse rechtbank, waar niet minder dan twee fulltime Officieren van Justitie, en hun staf, tot taak hebben mogelijke gevallen van discriminatie te overdenken, op te sporen en te doen berechten, in de zomer van 2008 besloten Wilders juist niet voor de rechtbank te brengen. Desondanks hebben Mr Schalken en twee van zijn mede-raadsheren namens het Hof in Amsterdam op 21 januari 2009 aan de Officier van Justitie de opdracht gegeven wel zo’n vervolging tegen Wilders in te stellen, en wel wegens haatzaaien, discriminatie en groepsbelediging.
Voorafgaand aan mijn bezoek aan Bertus Hendriks ter wille van het etentje van 3 mei had ik nog nooit van Tom Schalken gehoord. Toen ik bij de aanvang van het etentje, zo goed als direct na mijn binnenkomst om 19h00, nog voor de aanwezigen aan tafel genood werden, verteld kreeg wie Schalken was, en welke wapenfeiten en triomfen hij in de zaak tegen Wilders al op zijn naam had staan, besloot ik te vertrekken. Alleen al de pocherige toon waarop, terwijl ik nog met Schalken stond kennis te maken, Bertus Hendriks mij vertelde wie Schalken was en welke rollen hij in het Wildersproces speelde, had voor mij genoeg moeten zijn om in te zien dat mijn aanwezigheid op dit etentje ongepast was.
Ik betreur het diep, en neem het mijzelf kwalijk, dat ik mij heb laten overhalen aanwezig te blijven. Achteraf is het onbegrijpelijk dat ik aan de druk die door mijn gastheren werd uitgeoefend, heb toegegeven, en dat ik zoals was afgesproken toch ben blijven eten en ook nog een verhaaltje heb gehouden over de islam en de rol van Wilders in het islam-debat. Maar uiteraard wist ik op dat moment nog niet hoe de heer Schalken zich zou gaan gedragen. Ik verwachtte uiteraard dat hij zich zou houden aan het pakket van de onder burgers gebruikelijke beleefdheidsregels.
Ik heb de formulering van wat ik die avond heb gezegd, en mijn woordkeuze, voor zo ver mogelijk aangepast aan de aanwezigheid van de heer Schalken, die kennelijk meent dat het islamdebat in de rechtszaal beslist kan worden. Zulke voorzichtigheid heb ik betracht ondanks dat, op mijn aandrang, de heer Schalken mij had toegezegd geen gerechtelijke actiën tegen mij te zullen ondernemen vanwege wat ik die avond in zijn aanwezigheid te berde zou brengen. Immers, ook het herhalen van gewone academische inzichten betreffende de islam die in universiteitsbibliotheken in de vrije wereld talloze malen zijn aan te wijzen, kan al tot tijdrovende moeilijkheden leiden, en heeft ook al daadwerkelijk voor een aantal van mijn collega’s en anderen tot kafkaesque moeilijkheden geleid.
Er bestaan allerlei twijfels over wat er tijdens dit etentje gebeurd en gezegd is. Desalniettemin, tijdens een openbaar verhoor door Mr Moszkowicz, heeft Mr Tom Schalken op 13 april 2011 onder ede onder meer de volgende verklaring afgelegd: ‘[Ik] denk (...) dat het mogelijk is dat ik een bepaalde passage uit de beschikking [om toch de vervolging van Wilders te bevelen], [tijdens dit etentje] aan Jansen heb voorgehouden.’ Dit bevestigt mijn versie van het verhaal. Het bedoelde verhoor van Schalken is of was op YouTube terug te vinden. Een cruciaal gedeelte uit het verhoor van Schalken door Moszkowicz staat afgedrukt op blz. 126 van het boek van Abraham Moszkowicz, Liever rechtop sterven dan op je knieën leven, Amsterdam 2012.
Het opzienbarende verhoor van 13 april heeft laten zien dat Schalken volgens zijn eigen verklaring de Wilders-beschikking of eigenlijk een uitdraai van een deel van die beschikking (wat haast nog erger is omdat het wijst op opzet en rustige voorbereiding) tijdens het etentje bij zich had. Schalken heeft tijdens het etentje meerdere malen geprobeerd mij over te halen bepaalde passages uit deze beschikking eens goed te bekijken. Wat kan daar de zin van geweest zijn? Waarom wilde Schalken dat ik passages uit die beschikking goed bekeek?
Voor het goede begrip van de situatie dient hierbij te worden opgemerkt dat volgens veel juristen deze beschikking van het Hof van 21 januari 2009 niet alleen ongewoon wijdlopig was, maar tevens veroordelend, wat in strijd is met het karakter van zo’n beschikking: het gaat er in zo’n beschikking niet om dat de opstellers zelf al een veroordeling uitspreken. Dat laatste kan pas gedaan worden door een rechtbank met in acht name van de voorgeschreven procedures en, vooral, na het gehoord hebben van de verdachte en zijn verdediging.
Maar de beschikking, waarvan Schalken de (mede-)auteur is, stelt, onder meer, eenvoudigweg vast dat ‘er van haat zaaien sprake is’, en dat de uitspraken van Geert Wilders ‘zonder meer’ een beledigend karakter droegen, en zelfs dat zijn uitspraken ‘naar Nederlands recht strafbaar zijn, zowel door hun inhoud als door de wijze van presenteren.’ Waarom nog een proces als het Amsterdamse Gerechtshof, dat wil zeggen Mr Schalken, al tot een beslissing is gekomen?
En in hoe verre zou ik zelf mogelijk strafbaar zijn wanneer ik in mijn betoog die avond van de 3de mei, ten overstaan van Vertigo, in aanwezigheid van Raadsheer Schalken, iets zou zeggen dat strijdig was met de inhoud en de bepalingen van deze beschikking van het Amsterdamse Gerechtshof? Zelfs al zou wat ik te berde bracht regelrecht ontleend zijn aan de standaard wetenschappelijke literatuur over de islam? Zou ik mogelijk zelfs vervolgd kunnen worden voor wat ik bij de rechter-commissaris zou moeten gaan zeggen?
Ik heb mij dan ook gestoord aan de gedragingen en het optreden van de jurist Schalken tijdens dit etentje, en, hoewel hij recht tegenover mij zat, heb ik hem zo veel mogelijk genegeerd. Op zijn verzoek tijdens het diner de door hem mij aangeboden stukken aan te pakken of te lezen, ben ik niet ingegaan. Ik zie zijn gedrag en dat van een aantal leden van het gezelschap Vertigo als een mislukte poging om mij als getuige-deskundige op ongepaste wijze te beïnvloeden en te intimideren. Misschien zelfs ging het om een poging om mij bang te maken voor de eventuele gevolgen van het spreken van de waarheid tijdens het verhoor door de rechter-commissaris dat een paar dagen later plaats zou vinden.
Er is over dit etentje in de media veel te doen geweest, en Tom Schalken heeft er een boek over geschreven, Het Eetcomplot, Amsterdam 2011. Voor mijn verklaring over Schalken van juli 2011, na het verschijnen van dit boek: klik hier.
De minst ongunstige verklaring voor de gedragingen van Bertus Hendriks en Tom Schalken is nog wel dat zij en hun vrienden uit sensatiebelustheid zo dicht mogelijk wensten te komen bij de strafzaak tegen iemand die zij diep minachten.
In het stuk dat u nu leest, probeer ik de vragen die mij over deze affaire gesteld plegen te worden naar beste weten en naar waarheid te beantwoorden. Ik vermoed dat ik op eventuele lacunes in deze terugblik vriendelijk dan wel onwelwillend gewezen zal worden. Anonieme haatmail stuur ik overigens door naar instanties die gespecialiseerd zijn in het afhandelen daarvan.
Over de kwesties rond Schalken en Wilders heb ik, voor zo ver ik daar mee te maken heb gehad, nooit geheimzinnig gedaan. Ik heb er regelmatig over geschreven op de site Hoeiboei.nl. Daar is op 21 oktober 2010 de publiciteit over ‘het etentje’ begonnen. Dat stukje toen op Hoeiboei, ‘Schalken - raadsheer’, was de bron van berichten die diezelfde avond op Powned-tv gebracht werden, en pas daarna publiceerde ook DePers over de zaak. Ook in een boek van Carel Brendel heb ik uitgebreid verslag gedaan, ‘De Tokkies en de Takkies’, in: Carel Brendel, Hans Jansen & Nahed Selim, De Onzichtbare Ayatollah, Amsterdam 2010, blz. 11-39. Dat stuk was voor het laatst bewerkt, en afgesloten, in de dagen na de wraking van vrijdag 22 oktober 2010.
De wraking
Zoals bekend heeft de wrakingskamer op 22 oktober 2010 het verzoek tot wraking dat Mr Moszkowicz had ingediend, tegen alle verwachtingen in toegewezen. Moszkowicz had aangevoerd dat, kortgezegd, de drie Amsterdamse rechters die de strafzaak tegen de verdachte Geert Wilders behandelden, gewraakt dienden te worden omdat zij niet bereid waren mij te horen over het etentje met raadsheer Schalken.
Moszkowicz en Wilders hadden de ochtend van 22 oktober voor het eerst iets over dit etentje vernomen, dankzij het bericht in het dagblad DePers. De wrakingskamer bleek tot veler ontzetting en verbazing het met Moszkowicz eens te zijn: het besluit mij niet te horen zou al te makkelijk kunnen worden uitgelegd als een blijk van partijdigheid.
Een aantal in eigen kring vooraanstaande juristen, hooggeplaatste ambtenaren van het Ministerie van Justitie en leden van de rechterlijke macht heeft, in de periode volgend op de wraking, vrijmoedig commentaar geleverd op dit besluit van de wrakingskamer, en zelfs, raadselachtig genoeg, ook op mijn gezondheidstoestand. Hierbij is niet steeds die prudentie in acht genomen die in Nederland vaak met de rechterlijke macht geassocieerd wordt of werd. Het is bovendien in het bewustzijn van sommigen op de achtergrond geraakt dat eventuele verwijten over het inwilligen van het verzoek tot wraking alleen tot de wrakingskamer zelf zijn te richten, niet tot andere direct of zijdelings betrokkenen.
De wraking van oktober 2010 heeft niet alleen bij rechtsgeleerden van uiteenlopende allure en niveau maar ook bij de media tot veel beroering en verbazende reacties geleid. Het proces was nu stil komen te liggen. Het werd in februari 2011 langzaam hervat. Pas in april, na een half jaar, was het proces weer op gang gekomen.
Wat er verder nog te vertellen valt, bij voorbeeld over de verhoren in de zaak-Schalken door de Rijksrecherche (verhoren die in januari 2011 hebben plaats gehad) heeft wel enige amusementswaarde voor wie zulke dingen grappig vindt, maar geen betekenis voor de hoofdlijnen van het verhaal. Dit geldt evenzeer voor de andere aantijgingen tegen mij die in deze dagen gedaan zijn, per brief of anderszins; of voor mijn merkwaardige ervaringen met het hoofd van de ‘beveiliging’ van de Rechtbank in Amsterdam; of voor de bedreigingen die in deze tijd tegen mij geuit werden. Twee heren zijn trouwens niet lang daarna mede daarvoor veroordeeld.
De vrijspraak
Geert Wilders daarentegen is zoals bekend op 23 juni 2011 conform de eis vrijgesproken van haatzaaien, discriminatie en belediging. Op 26 maart 2012 heeft de Procureur-generaal bij de Hoge Raad, Mr J.W. Fokkens, besloten dat er ook geen ‘cassatie in het belang der wet’ zal volgen, zoals de advocaat Mr Gerard Spong gevraagd heeft ‘namens een aantal organisaties’. Overigens zou daarmee niets aan de vrijspraak veranderd hebben kunnen worden, maar het zou wel de schijnwerper hebben gericht op de voorschriften van de islam alsmede op de aard en de (mogelijk zeer geringe) omvang van de organisaties waarvoor Mr Spong optrad. De wenselijkheid hiervan is in de ogen van Justitie vermoedelijk niet zeer groot.
Wat mijzelf aangaat acht ik het van centraal belang dat niemand heeft aangetoond of zelfs maar aannemelijk heeft trachten te maken dat de koranverzen die ik tijdens de verhoren heb geciteerd door mij mogelijk verkeerd geciteerd zijn, of wellicht zijn uitgelegd op een manier die niet strookt met de in de moskee erkende islamitische korancommentaren of met de in de moskee erkende sharia-handboeken. Ook mijn meest heftige critici hebben zelfs geen poging daartoe ondernomen.
Jammer genoeg is er, zeker bij de zogeheten benadeelde partijen in dit proces, geen oog geweest voor een uitzonderlijke prestatie van de Nederlandse Justitie: het is ondanks alle heisa niet uitgelopen op een proces tegen de islam.
Amsterdam, december 2011/ maart 2012